Chronische Pancreatitis (alvleesklierontsteking)

Wat is chronische pancreatitis?
Chronische pancreatitis (ook wel alvleesklierontsteking) is een chronische ontsteking aan de alvleesklier. 

Chronische pancreatitis is een chronisch ontstekingsproces van de pancreas dat kan leiden tot irreversibele schade. 
In Nederland krijgen naar schattig ongeveer 1.000 mensen per jaar chronische pancreatitis. De meest voorkomende onderliggende oorzaak is alcohol gebruik. Andere oorzaken zijn bijvoorbeeld galstenen, erfelijke factoren, anatomische afwijkingen (pancreas divisum), medicijngebruik en stofwisselingsziekte. In sommige gevallen is de onderliggende oorzaak niet duidelijk.


Kenmerken
Het verloop van chronische pancreatitis is wisselend. Perioden met veel klachten en rustige perioden kunnen zich afwisselen. Pijn is het meest kenmerkende symptoom. Chronische pancreatitis kan zich manifesteren als recidiverende aanvallen van acute ontsteking of als een chronische ziekte. De pijnklachten bevinden zich vooral links in het midden van de bovenbuik en kunnen uitstralen naar de linkerzij, de linkerschouder en naar de rug. De diagnose van chronische pancreatitis wordt in de praktijk gesteld op basis van de een drietal zaken. 1. Klinische symptomen, 2. Functie verlies van de pancreas in de vorm van endocriene (hormoonproducerende) en exocriene (enzym producerende)  insufficiëntie en 3. kenmerken bij beeldvormend onderzoek van de pancreas zoals atrofie, calcificaties en afwijkingen aan het ductale systeem (de afvoergangen).

Mogelijke Oorzaken
Bij chronische pancreatitis is er sprake van een steeds terugkerende of langdurige alvleesklierontsteking. Alvleeskliercellen sterven af en worden vervangen door littekenweefsel. Door het littekenweefsel kan de afvoergang van de alvleesklier vernauwd of verstopt raken. Door deze vernauwing of verstopping kan het alvleeskliersap niet goed afvloeien naar de dunne darm. Dit is de oorzaak van de hevige pijn.
Een belangrijke oorzaak van chronische pancreatitis is overmatig alcoholgebruik. Andere, minder vaak voorkomende, oorzaken zijn:

  • galstenen
  • een stofwisselingsziekte (hyperlipoproteïnaemie, hypercalcïaemie)
  • erfelijke aanleg
  • een (verkeers)ongeluk waarbij de alvleesklier beschadigd raakt
  • herhaalde aanvallen van acute alvleesklierontsteking
  • een obstructie (blokkade) van de Papil van Vater* als gevolg van een vernauwing of tumor
  • anatomische afwijkingen (pancreas divisum),
  • medicijngebruik

In sommige gevallen is de oorzaak onbekend. We spreken dan van idiopathische alvleesklierontsteking.

Behandeling
Als de oorzaak van de alvleesklierontsteking bekend is dan is de behandeling in eerste instantie gericht op het wegnemen van deze oorzaak.

Medicijnen worden voorgeschreven om de hevige pijn te bestrijden of om tekorten aan alvleesklierenzymen of – hormonen aan te vullen.

In sommige gevallen kan een endoscopische behandeling (ERCP) plaatsvinden. Tijdens een ERCP kan de arts met een flexibele buis (endoscoop) via de mond en de maag tot in de twaalfvingerige darm komen. Met behulp van kleine instrumenten, die op de endoscoop geplaatst zijn, kan de arts kleine galstenen verwijderen uit de afvoergang van de galblaas of alvleesklier. Ook kan de arts een kleine ingreep uitvoeren, die de afvoer van alvleeskliersap en galvloeistof makkelijker maakt. Deze ingreep, waarbij een klein sneetje gemaakt wordt bij de afvoergang, heet een papillotomie . Een andere mogelijkheid is het plaatsen van een buisje (stent) in de afvoergang. Ook dit kan meestal tijdens een endoscopische behandeling plaatsvinden.

In sommige gevallen is een operatie noodzakelijk om het littekenweefsel te verwijderen of ernstige pijnklachten te bestrijden. Een operatie kan ook nodig zijn om het alvleeskliersap goed door te laten stromen naar de dunne darm. Daarbij wordt de afvoergang van de alvleesklier opnieuw met de dunne darm verbonden. In zeldzame gevallen is het nodig om de hele alvleesklier te verwijderen. Het verwijderen van de alvleesklier is een ingrijpende operatie. Na een dergelijke operatie moet de patiënt veel medicijnen gebruiken.

Als er sprake is van diabetes mellitus is behandeling door middel van medicijnen/injecties meestal noodzakelijk.

* Papil van Vater: uitgang van de galgang naar de twaalfvingerige darm (dunne darm)

Laatst bijgewerkt op  27-2-2015