Hiv-onderzoek in Nederland, een interview met Prof. Dr. Geijtenbeek

Maandag 23 juli gaat de internationale AIDS 2018 Conferentie van start, waar uiteraard ook Nederlandse onderzoekers bij aanwezig zijn. Een van die onderzoekers is Theo Geijtenbeek, hoofd van de afdeling experimentele immunologie in het AMC. Geijtenbeek is al tientallen jaren betrokken bij onderzoek naar hiv en aids en publiceerde vorig jaar twee wetenschappelijke artikelen die nieuw licht schenen op de manier waarop hiv aan het immuunsysteem ontsnapt en hoe het virus soms juist geen grip op iemand kan krijgen.


Kunt u vertellen wat er in het AMC precies gebeurt op hiv-gebied?

“Wij kijken waarom mensen gevoelig zijn voor hiv of niet. Sommige mensen worden makkelijker geïnfecteerd met hiv dan anderen. Wij proberen er hier achter te komen waarom dat zo is, en kijken dan met name naar de cellulaire processen. Bij dat onderzoek maken we onder meer gebruik van bloedmonsters en gegevens van hiv-geïnfecteerde individuen die in Amsterdam en omstreken zijn verzameld toen het hiv-virus in 1984 werd ontdekt. Dat is een briljante zet geweest. Omdat bekend was dat homoseksuelen en drugsgebruikers een risicogroep waren, is hen gevraagd voor onderzoek bloed te doneren. Die bloedmonsters liggen nog steeds opgeslagen in het AMC, in grote stikstofvaten. Veel van de mensen die destijds bloed gaven en nu nog in leven zijn, worden nog steeds gevolgd om te kijken hoe het met ze gaat. Van iedereen die mee doet en gedaan heeft is het ziektebeloop nauwkeurig in kaart gebracht. Op die manier beschikken we in Nederland momenteel over een waardevolle hoeveelheid data; een van de beste datasets ter wereld.”

Wat is volgens u het belang van hiv-medicatie?

“Afgelopen jaren is de focus van het onderzoek naar hiv veranderd. Vroeger was dat vooral gebaseerd op hoe we infecties konden voorkomen en hoe we geneesmiddelen konden verbeteren, zodat ze ook zo min mogelijk bijwerkingen hebben. Nu ligt de focus van onderzoek vooral op het genezen van hiv. Dat is een erg hot topic waar in mijn optiek nog niet veel van bewezen is, dus tot die tijd blijven geneesmiddelen belangrijk, cruciaal zelfs.”

Zijn er volgens u mogelijkheden om hiv te genezen?

“Nu nog niet. Er is slechts één geval bekend waarbij genezing heeft plaatsgevonden: Timothy Brown, ook wel bekend als the Berlin patient. Hij kreeg leukemie bovenop zijn hiv-infectie en werd daarvoor behandeld met beenmergtransplantaties; twee stuks. Die gedoneerde cellen kwamen van iemand die een eiwit miste waardoor hiv-infectie niet mogelijk is. Die eigenschap sloeg ook bij Brown aan en de theorie is dat hierdoor zijn ‘nieuwe’ immuuncellen niet meer geïnfecteerd konden worden. Dit is echter nog steeds het enige bekende geval van genezing in de wereld. Over het algemeen is het helaas zo dat als iemand eenmaal geïnfecteerd is, diegene daar in de regel niet meer vanaf komt. Met de huidige medicatie is het virus goed te onderdrukken – zo goed zelfs, dat je hiv bij een meting vaak niet meer in het bloed ziet. Echter is het virus dan nog wel aanwezig en zit verstopt in bepaalde cellen, en huidig onderzoek focust zich op het vernietigen van dit zogenaamde reservoir.”

Hoe staan we er in Nederland voor?

“Goed. Een van de problemen met hiv in ontwikkelde landen is dat niet iedereen weet dat hij of zij geïnfecteerd is. De laatste jaren is daar – en voor preventie in het algemeen – steeds meer aandacht aan besteed en veel promotie voor gemaakt; via zelftests bijvoorbeeld. Het behandelen van hiv zelf gaat heel goed; sinds kort wordt de behandeling ook veel eerder ingezet, naar aanleiding van een onderzoek dat door mijn collega Jan Prins is gedaan. Hij heeft ontdekt dat afwachten tot een bepaalde grenswaarde van hiv in het bloed niet de beste aanpak is, en dat het veel beter werkt om zo snel mogelijk te behandelen. Maar toch zijn we er nog niet in Nederland; iedere dag krijgen gemiddeld twee mensen te horen dat ze hiv hebben.”

Recent (begin juli 2018) is het nieuws naar buiten gekomen dat het preventiegeneesmiddel PrEP nu ook in Nederland vergoed gaat worden. Wat vindt u daarvan?

“De situatie was dat je PrEP in Nederland pas kon krijgen als je geïnfecteerd was. Mensen die dat wilden gebruiken kregen het via mensen die al geïnfecteerd waren of bestelden het in het buitenland; illegaal. Veel artsen snapten die situatie en gaven vaak al informatie over PrEP, zonder dat ze het konden voorschrijven. Dat het nu wel verkrijgbaar is voor mensen zonder infectie ter preventie – net als bijvoorbeeld in de Verenigde Staten – is goed nieuws.”

Gelijktijdig met het PrEP-nieuws werd bekend dat er een doorbraak is met een hiv-vaccin. Hoe kijkt uw team daarnaar?

“Er zijn al eerder doorbraken met een hiv-vaccin geweest, wat achteraf toch niet bleek te werken. Dat wil niet zeggen dat dat nu ook gaat gebeuren, maar het betekent wel dat we voorzichtig moeten zijn. Het is ook gewoon proberen en niet opgeven. Een vaccin is – alhoewel moeilijk – realistischer en haalbaarder dan een genezing.”

Wat verwacht u van de AIDS 2018 Conferentie?

“Ik weet niet goed wat ik van de AIDS Conferentie moet verwachten; het is een gigantisch evenement en de meeste onderwerpen gaan over het klinische en sociale aspect. Wij lopen daar als basale onderzoekers een beetje tussen. Zelf geven we een workshop over hiv- onderzoek op het gebied van pathogenese, genezing en vaccins, omdat er in het programma minder aandacht is voor fundamenteel onderzoek. Symposia over genezing en vaccinaties zijn wel onderwerpen waar we echt benieuwd naar zijn. Daarnaast zijn de sociale sessies ook interessant voor de groep; het is motiverend om te zien wat voor impact doorbraken in ons onderzoeksveld hebben, zeker als je ziet hoe patiënten daarmee geholpen worden. Dat geeft echt energie.”

De AIDS 2018 Conferentie vindt van 23 juli tot 27 juli plaats in RAI Amsterdam.

Laatst bijgewerkt op  27-2-2015